1-4. Ufo is gevolg van biogravitatie

Het leven is niet boven-natuurlijk 4/4

De vier opvolgende teksten zijn samengevat in één artikel dat te vinden is op mijn site. Deze teksten zijn de start van een lezingen cyclus, zie daarvoor de informatie pagina. Hieronder deel 4.

Ufo is gevolg van biogravitatie

Gebrennikov schrijft in zijn dagboek: “Het drong ineens tot me door dat de resultaten van mijn experimenten met insectennesten een grote gelijkenis vertoonden met de verslagen van mensen die toevallig in de buurt van UFO’s waren geweest. Ik vergeleek ze met mijn eigen opmerkingen van dezelfde verschijnselen. Tijdelijke storingen van elektronische apparaten, verstoorde kloktijd, een onzichtbaar veerkrachtig obstakel met tegenbeweging, een tijdelijke daling in het gewicht van objecten, de sensatie van een afname van menselijk gewicht, fosforisatie, gekleurde lichtflitsen in de ogen, galvanische smaak in de mond. Ik weet zeker dat ik heb gelezen over dit alles in UFO-tijdschriften. Sta ik op de drempel van nog een mysterie?”

Inmiddels is Grebennikov dus gaan vliegen met zijn anti-gravitatie platform. Hij ervaart een aantal merkwaardige zaken, waardoor hij steeds voorzichtiger wordt. Hij noteert in zijn dagboek: “Ik mag niet worden gezien vanaf de grond. Ik werp bijna geen schaduw, zelfs niet in een zeer lage vlucht. Maar, zoals ik later zal vernemen, hebben mensen soms toch iets gezien. Ik lijk vanaf de grond gezien op  een schijf, of op een schuine wolk met scherpe randen. Een wolk die vreemd beweegt, niet zoals een echte wolk zou doen. De meeste mensen zien helemaal niets en ik ben er blij mee voor het moment. Ik kan niet voorzichtig genoeg zijn! Ik heb nog niet begrepen waar mijn zichtbaarheid en onzichtbaarheid vanaf hangt. Ik moet bekennen dat ik bewust mensen vermijd. Ik vermijd alle steden en dorpen en probeer zelfs het kruisen van wegen en voetpaden te voorkomen.”

In zijn dagboek klaagt hij over de onhandigheid van het apparaat en dat het lijkt op een weegschaal. Hij ervaart soms problemen met zijn horloge en mogelijk ook met de kalender. Tijdens de afdaling op een vertrouwde open plek, voelt hij zich af en toe een beetje ‘buiten het seizoen’. Aldus kan het niet alleen mogelijk zijn om te vliegen in de ruimte, maar ook door de tijd, althans, zo lijkt het. Dat is ook een van de redenen dat hij ver weg van mensen blijft. Hij is bang dat hij per ongeluk de normale oorzaak/gevolg relaties verstoort. Hij is bang iemand te kwetsen.

En hij verduidelijkt die angst. Hij maakt mee dat de insecten die hij op zijn vluchten in testbuisjes verzamelt soms spontaan zijn ‘verdwenen’. Ze verdwijnen zonder een spoor achter te laten. Soms zijn ze volledig versmolten met het glas van de reageerbuis. Of zitten er smeltgaatjes in het glas van de buisjes. En soms voelde hij daarbij elektrische schokken wanneer dat gebeurde. Hij vindt zelfs een aantal keren een gevangen insect terug als een pop, dus als zijn eerdere stadium. Deze insecten bewegen dan nog even, maar sterven zodra ze worden aangeraakt.

Het platform en haar ontdekking

In 1988 deed Grebennikov onderzoek naar de structuur en functie van chitine in de schilden (afdekplaatjes van de vleugels) van torren. Onder de microscoop heeft dit een verbazingwekkende microstructuur. Overigens ook te zien in vlindervleugels. Een structuur die zo ingenieus is dat ze niet zonder bedoeling kan zijn. De vraag van Grebennikov was dan ook: “Waarom hebben insecten dit en kunnen ze niet zonder?” Hij vroeg zich af of CSE er iets mee te maken had.

Tijdens één van zijn observaties onder de microscoop probeerde hij een rugschildje te pakken met een pincet. Het bleek in de lucht te zweven, draaide een paar rondjes en viel een eindje verderop weer terug op zijn buro. Zijn fascinatie voor dit fenomeen groeit met elke stap van zijn hierop volgende onderzoek. Hij gaat een pakketje van deze rugschildjes aan elkaar binden met dunne draadjes en probeert hoeveel gewicht ze kunnen houden. Hierdoor gaat hij zich ook afvragen hoe het eigenlijk komt dat grote dikke zware torren kunnen vliegen, vaak met heel kleine vleugeltjes. Zijn verbazing slaat enigszins om in paniek wanneer hij af en toe tijdens deze experimenten waarneemt dat de samengebonden rugschildjes een paar seconden lang ‘onzichtbaar’ worden.

Hij bouwt uiteindelijk een platform dat groot genoeg is om hemzelf te kunnen dragen en maakt zijn eerste succesvolle en zeer gevaarlijke vlucht in de nacht van 17 maart 1990. In zijn ongeduld om te testen, vergeet hij naar een verlaten gebied te gaan. Hij beschrijft lyrisch zijn eerste vlucht, maar ook de paniek die hij voelde toen hij in de lucht hing en plotseling met een heftige kracht werd weggetrokken. Dat hij de controle over de beweging kwijtraakte en dat hij heel misselijk en duizelig werd. Hij slaagt er uiteindelijk in zijn platform weer onder controle te krijgen als hij boven de industriewijk Zatulinka vliegt. Hij ziet arbeiders beneden bij de fabrieken en gaat zo snel mogelijk naar een veilige plek om te landen. Hij vervolgt zijn relaas in zijn dagboek: “De volgende dag was het nieuws op tv en in de kranten meer dan alarmerend. Krantenkoppen als: “UFO over Zatulinka” en “Aliens weer?” betekende dat mijn vlucht was ontdekt. Maar hoe! Sommigen ervaren het ‘fenomeen’ als gloeiende bollen of schijven. Anderen beweerden dat zij een ‘echte schotel’ met vensters en stralen van licht hadden gezien.”

In maart 1990 waren er bijzonder veel UFO-waarnemingen in Siberië, in de buurt van Nalchik. Er was ook zwaar UFO-verkeer in België, waar op 31 maart de ingenieur Marcel Alferlane een twee minuten durende film opnam van de vlucht van een enorme driehoekige vliegmachine. Grebennikov vraagt zich af “is het echt zo?”. Hij weet niet zeker of hij nu blij is of geschokt. Blij omdat niemand hem heeft gezien, geschokt omdat hij gelooft dat het UFO-effect nog iets anders betekent. “Wat nu als ik niet de enige mens op Aarde ben die deze ontdekking heeft gedaan? Wat als er op verschillende plaatsen geëxperimenteerd wordt met vliegende apparaten volgens hetzelfde principe?”

Al snel went hij aan de waarheid hiervan. Het komt veelvuldig voor dat als hij ‘gesignaleerd’ wordt door mensen aan de grond, er de volgende dag een verhaal over UFO’s of marsmannetjes in de krant staat. Hij besluit zijn ervaringen dan ook met een advies aan iedereen die op deze manier vliegt:

“Vlieg op mooie zomerdagen. Vermijd werken in onweer en regen. Niet te ver of te hoog vliegen met het platform. Neem niets mee van de landingsplaats. Maak alle onderdelen zo sterk mogelijk en test het apparaat niet in de nabijheid van hoogspanningslijnen, steden, vervoer, of mensen. De beste plek voor het testen is een afgelegen bos, zo ver weg van menselijke bewoning als mogelijk. Anders wordt je een fenomeen dat bekend staat als ‘poltergeist’, iets dat binnen een straal van enkele tientallen meters ‘onverklaarbare’ bewegingen van huishoudelijke voorwerpen, het in- en uitschakelen van huishoudelijke elektrische apparaten en zelfs het veroorzaken van branden tot gevolg heeft. Laten we – schrijft hij – het Dalnegorsk-fenomeen van 29 januari 1986 niet vergeten, blijkbaar een tragisch ongeluk van één van de uitvinders, waarbij het hele apparaat uit elkaar werd geblazen. Verspreid over een groot gebied werden alleen kleine flarden van cellen teruggevonden, onmogelijk om chemisch te analyseren.

De laatste reden voor zijn ‘non-disclosure’ is meer objectief. Hij heeft geen vertrouwen in zijn medemens en zijn medebioloog. Hij ziet dat iedereen zich haast om ravijnen, weiden en bossen om te ploegen zodra er winst uit te halen is. Men ziet zijn insectenvrienden als een lucratieve prooi. Een prooi die op het punt staat uitgeroeid, gekweekt, misbruikt te worden. Hij houdt liever zijn mond en hoopt dat hij zal worden begrepen door de lezer die directe informatie wil hebben over zijn ontdekking. En hij stelt vast dat er veel andere nieuwsgierige onderzoekers zijn die – eveneens zonder zelfzuchtige motieven – hetzelfde hebben ontdekt als hij en ook hun mond hebben gehouden.

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *