1-3. Holte structuur effect (CSE)

Het leven is niet boven-natuurlijk 3/4

De vier opvolgende teksten zijn samengevat in één artikel dat te vinden is op mijn site. Deze teksten zijn de start van een lezingen cyclus, zie daarvoor de informatie pagina. Hieronder deel 3.

Holte structuur effect (CSE

Grebennikov beschrijft bijna lyrisch een nacht die hij doorbrengt in de openlucht. Hij beschrijft minutieus de muggen, de steppe, de rode schijf van de zon en het water in zijn veldfles. Hij kampeert op een klif aan de oevers van een zoutmeer, in de Kamyshlovo vallei. Liggend op zijn jas, met zijn rugzak als hoofdkussen, krijgt hij een vreemde ervaring. Hij krimpt ineen tot de grootte van een mier en lijkt in een diepe afgrond te vallen. Plotseling ziet hij flitsen voor zijn ogen, maar het maakt niet uit of hij ze open- of dicht doet. Als het hele tafereel tot rust is gekomen blijven er lichtjes rond hem heen dansen en voelt hij een sterke metaalsmaak in zijn mond, alsof hij zijn tong tegen de contactplaten van een elektrische batterij heeft gedrukt. In zijn oren is het gaan rinkelen en hij kan de dubbelslagen van zijn eigen hart horen. Hoe kan men slapen wanneer dergelijke dingen gebeuren, is zijn verzuchting. Hij probeert van alles om deze onaangename gewaarwording te laten stoppen, maar niks helpt.

De oplossing valt hem pas jaren later in. De bijenstad in de Kamyshlovo vallei is dan allang verdwenen wegens allerlei grondwerkzaamheden, wegen en verstedelijking. Dat wetende had hij een kleine container gevuld met kleibrokken en mee naar huis genomen.

In deze kleibrokken zaten de bijenraten. Hij had ze verzameld en in glazen potten gedaan. Ze stonden op zijn bureau en op planken. Hij was een echte verzamelaar en zijn rommelige kamer stond vol met sprinkhaanhuisjes, chemicaliën en allerlei opgezette insecten. Per ongeluk zwaaide hij zijn hand boven de pot met raten en poreuze fragmenten van de bijenstad. Hij kon een warme uitstraling voelen, terwijl de resten zelf koud aanvoelden. Ook kon hij een soort tikken in zijn vingers voelen. Voorover buigen en boven de pot hangen gaf hem hetzelfde gevoel als jaren daarvoor op zijn kampeertripje. Hij voelde zich weer licht worden, kreeg het gevoel van vallen, lichtflitsen voor zijn ogen en in zijn mond het gevoel van de elektrische batterij en hij werd een beetje misselijk.

Hij onderwerpt de nesten aan allerlei officiële onderzoeken. Hij meet alles wat hij maar kan bedenken door, met instrumenten als thermometers, ultrasone detectoren, magnetometers en elektrometers. Geen enkele meter slaat uit. Hij heeft een nauwkeurige chemische analyse van de klei uitgevoerd en vond niets bijzonders. De radiometer was ook stil. Maar de gewone menselijke handen, en niet alleen die van hemzelf, konden duidelijk warmte ofwel koude voelen, of een tinteling, of soms een dikke kleverigheid.

Hij doet daarna allerlei experimenten met kunstmatige honingraten van plastic, papier, metaal en hout. Allemaal op basis van de structuren van de bijennesten. En wat bleek? De effecten vonden niet alleen bij de natuurlijke raten plaats;  de kunstmatig gemaakte raten leverden dezelfde effecten op. Hij noemt het vanaf dat moment CSE[i].

Enkele effecten van CSE op een rijtje:

Gebleken is dat CSE de groei remt van saprofytische bodembacteriën (bacteriën die hun voedsel uit dode bodemweefsels halen, red.), gist en andere soortgelijke culturen, en tarwekiemen. Handig vanwege de kleinere kans op ziekten, en ondergrondse nesten raken zo ook niet doorgroeid met wortels. Misschien is het inbouwen van CSE  in wandel- en fietspaden een goed idee, om zo het groeien van wortels door de bestrating heen tegen te gaan. Onder invloed van CSE beginnen bijenlarven te fosforesceren, terwijl de volwassen bijen veel actiever worden. Het is gebleken dat de CSE, net zoals zwaartekracht, niet kan worden afgeschermd. Het beïnvloedt levende organismen door muren, dikke metalen en alle andere schermen heen. Het is gebleken dat wanneer een CSE voorwerp wordt verplaatst, een persoon dit niet onmiddellijk voelt, maar pas een paar seconden of minuten later. Terwijl zoals Grebennikov het noemde, een ‘fantoom’ van het CSE-veld uren en soms maanden waarneembaar blijft. Het is gebleken dat dieren (witte muizen) en mensen die in de zone van het CSE-veld leven zich snel aanpassen. Het kan niet anders. We worden overal omringd door holtes, groot en klein, omgeven door roosters en cellen van levende en dode planten (evenals onze eigen cellen). We zijn omringd door bellen van schuimrubber, schuimplastic, schuimbeton, kamers, gangen, hallen, dakbedekking, spaties tussen machineonderdelen, bomen, meubels en gebouwen. Het is gebleken dat de CSE-straling een sterkere invloed op levende organismen heeft wanneer het uit de buurt van de zon is, en ook als het naar beneden gericht is, naar het centrum van de Aarde. Gebleken is dat klokken, zowel mechanische als elektronische, onnauwkeurig worden in een sterk CSE-veld. CSE lijkt een effect op tijd te hebben.

Manieren om CSE te meten

Grebennikov ontwikkelde een speciale CSE-meter. Hij verbrandde een strootje tot een heel dun houtskoolstiftje. Dat hing hij horizontaal op aan een spinrag-dun draadje in een jampotje. Hij deed een klein bodempje water in de pot en sloot het af. Het water is om de effecten van statische elektriciteit teniet te doen. In de buurt van een CSE-veld gaat het koolstiftje bewegen. Ikzelf gebruik een Bovismeter; voor mij een accurate manier om de CSE effecten te kunnen meten in termen van vitaliteit, met een nauwkeurige schaalverdeling. Ik meet dan niet alleen dat er een CSE is, maar ook hoe groot het effect is.

Dieren zijn afhankelijk van CSE

Grebennikov heeft in zijn onderzoek naar insecten vaak bestudeerd hoe het kan dat een hommel de ingang van de korf of de locatie van zijn nest kan vinden. Daarbij kwam hij er maar al te vaak achter dat een hommel die zijn nest op de zolder van zijn huis had, vaak aan de verkeerde kant van de muur naar de opening van zijn nest zocht. En hij noemt ook de experimenten met jachtwespen, waarbij de grond – inclusief hun nest – werd verplaatst naar een andere locatie, waarheen de wespen gewoon weer meteen de weg vonden. Hommels en wespen vinden hun nest als gevolg van de ‘golfzender’ van hun nestholtes.

Bloemen zijn ook holtes en hebben daarom ook een CSE. Insecten vinden niet alleen op nectar en kleur de juiste bloemen, maar ook omdat de holte van de bloem een structuureffect geeft. Je kunt dit zelf navoelen door een vaas met bloemen op te sporen in een donkere kamer. Let op. Vooral klokvormige bloemen (tulp, lelie, amaryllis) geven een groot fantoom effect. Dus als de vaas tussentijds wordt verplaatst, is de oude locatie nog heel lang te voelen.

Wifiwell

De belangrijkste constatering wat betreft alle  onzichtbare machten en krachten, is dat ze allemaal effect hebben op leven. En dat het effect dat ze hebben essentieel is voor het leven zelf. Het leven kan niet bestaan zonder deze machten en krachten. Zo ook het door Grebennikov ontdekte CSE. Ik maakte er een toepassing van die in staat is woningen te vitaliseren en zijn bewoners te beschermen. Net als de holtes van de bijenraat dat doen voor de bijen in hun korf.

[i] Een gedetailleerde beschrijving van het CSE effect kan gevonden worden in zijn boek “The Mysteries of the World of Insects” (Novosibirsk, 1990), en in de verhandelingen van Sibirskii Vestnik Selskokhoziastvennoi Nauki, no.3, 1984 and Pchlovodstvo, no. 12, 1984.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *